#Wetoo: Waar dansers over spreken wanneer ze spreken over seksisme

Twitter icon
Facebook icon
e-mail icon
15 november 2017 - 9:52am -- Selv

Dit artikel werd geschreven door Ilse Ghekiere en verscheen eerder op Rektoverso.be.
Lees het originele artikel op: https://www.rektoverso.be/artikel/wetoo-waar-dansers-over-spreken-wannee...
English version: https://www.rektoverso.be/artikel/wetoo-what-dancers-talk-about-when-the...

Seksisme gaat veel dieper dan alleen grensoverschrijdend seksueel gedrag. Neem de danswereld. Van terugkerende lolita-fantasieën vóór de schermen tot naakte audities en machtsmisbruik achter de schermen: vrouwelijke dansers getuigen over een dagelijkse praktijk met heel vage grenzen. ‘Het enige verschil met sekswerkers is dat wij ons kunnen wegstoppen achter het aura van kunst.’

Tijdens een improvisatiemoment in de voorstelling kuste één van de mannelijke acteurs me ineens op de mond. Ik snap wel dat je je impulsen moet volgen, maar deze optie was tijdens de repetities nooit besproken. Ik was maar stagiaire en wilde er geen tamtam rond maken, zeker omdat ik me eerder al in de rats had gewerkt door te durven vragen waarom de vrouwelijke rollen zo klein waren. Hoe meer we optraden, hoe meer de grenzen verlegd werden... Eerst werden mijn borsten gezocht, later mijn kont... Het lastigste van al was dat je op den duur niet meer bezig bent met je spel, maar met hoe je dat soort seksueel gedoe, vóór de ogen van een hele zaal, kan ontlopen.’

In mei kreeg ik van de Vlaamse Gemeenschap een beurs voor een onderzoek naar seksisme in de Belgische danssector. Ik dans ook zelf en begon vrouwelijke collega’s te interviewen die langere tijd in België gewerkt hebben. Elk interview begon met dezelfde open vraag: 'Voel je je soms anders behandeld omdat je een vrouwelijke danser bent?'

Zo wou ik een 'safe space' creëren om het over onze carrière te hebben vanuit een genderperspectief – zonder enig oordeel over voorvallen die we misschien ervaren hadden als onrechtvaardig of discriminerend. Alle gesprekken legden een brede waaier aan kwesties bloot: van subtiele gevoelens over een gebrek aan respect tot manifeste voorbeelden van diepgewortelde patronen van manipulatie en misbruik. Ze gingen over ruimte, onderwijs, kansen, representatie, verwachtingen, privacy, machtsdynamieken, moederschap en seksuele intimidatie. Steeds weer vroegen we ons af: hoe is het mogelijk dat dit gesprek zo lang stil gehouden is?

‘Toen ik voor dit interview begon na te denken over mijn werk als danser en over ongelijkheid... voelde het als wormen die uit de grond kwamen glibberen, als een doos van Pandora die niet meer toe ging. Hoe dichter ons gesprek naderde, hoe zenuwslopender het werd: dit allemaal uitspreken zou wel eens kunnen uitdraaien op extreem negatieve gevoelens over de industrie waarin ik werk.’

De jongste weken was seksueel overschrijdend gedrag zowel in eigen land als in het buitenland niet uit de media weg te slaan, gaande van sport tot politiek en entertainment. De spontane #metoo-beweging op sociale media maakte onze gesprekken enkel urgenter. De massale respons uit de hele wereld heeft aangetoond hoe diep seksistische en vrouwonvriendelijke neigingen nog altijd ingebakken zitten in onze samenleving. Politici konden dat niet negeren. Cultuurminister Gatz beloofde werk te maken van een beleid tegen seksuele intimidatie op het werk, ook voor de kunsten. Zulke nieuwe regelingen kunnen alvast een stap in de goede richting zijn, maar blijven vaak symbolisch: pleisters die de wonde afdekken, in plaats van de kwaal aan de kern aan te pakken.

Mannen hebben het makkelijker op de dansmarkt. Dat is geen fabeltje, we moeten dat meer benoemen. Zo leeft de mythe dat mannelijke dansers later aan een dansopleiding kunnen beginnen omdat ze fysiek meer aangepast zouden zijn om sneller vooruitgang te boeken. Meisjes daarentegen worden aangemoedigd om zo jong mogelijk te beginnen. Ook heerst nog steeds het idee dat mannen de geboren choreografen zijn en vrouwen de geboren dansers. Het gebeurt dat een vrouwelijke choreograaf aangesproken wordt als 'gewoon een danser', en de mannelijke technicus als de choreograaf. Of neem het verhaal van de vrouwelijke muze en het mannelijke genie: het is jammer genoeg nog steeds in zwang. Vrouwen worden niet gezien als auteurs, maar als bronnen van inspiratie om te gebruiken en te misbruiken. Dat alles brengt ons tot fundamentele vragen. Wie mag meedoen, wie krijgt de kansen? Wie neemt de rollen op van leiderschap en macht? En waarom bepaalt die macht nog steeds zoveel artistieke interacties?”

De ongelijke kansen beginnen al bij de dansopleiding. Mannen hebben het fundamenteel makkelijker, simpelweg omdat ze met minder zijn. Zij hebben minder last van competitie, krijgen meer ruimte en bereiken sneller en vlotter machtsposities. Dat lijkt misschien een simpele kwestie van vraag en aanbod, maar in realiteit ligt het een stuk genuanceerder. In een sector die traditioneel beschouwd wordt als ‘vrouwelijk’, is het curieus om vast te stellen dat je voor een machtspositie of om überhaupt eigen werk te kunnen maken – aldus een paar dansers met wie ik sprak – ofwel een man moet zijn, ofwel een vrouw met een ‘sterk mannelijke persoonlijkheid’.

‘Er heerst een cultuur die van onze dansende lichamen een fetisj maakt... Misschien is het intussen aan het veranderen, maar zo is mijn generatie in elk geval getraind als danser: door elke dag in de spiegel te kijken. Groei zo maar eens op, als jonge vrouw. Het kan tot heel ongezonde patronen leiden: obsessief trainen, eetstoornissen, de neiging om je lichaam overmatig te controleren en te disciplineren, een desired body willen zijn, ...’

Dansen is geen normale job. Ons beroep valt zowat samen met ons lichaam, een domein dat in de meeste beroepen doorgaat voor privé. Die troebele overgang tussen het private en het professionele vormt een verwarrend, problematisch en cruciaal spanningsveld in ons beroep. Dansers en performers plooien hun lichaam letterlijk naar hun kunst, wat heel vaak betekent: naar de wensen van een extern artistiek auteurschap.
Van een professioneel danser wordt verwacht dat je bereid bent om je eigen fysieke, emotionele en psychologische grenzen niet alleen uit te dagen, maar ook vaak te verleggen en zelfs te overschrijden. Deze verwachtingen plaatsen podiumkunstenaars makkelijk in een bijzonder kwetsbare positie. Als je met een regisseur of choreograaf werkt die dat verschil tussen privé en professioneel weigert te (h)erkennen, of erger nog, er juist van geniet om zijn machtspositie te gebruiken of te misbruiken, dan eindig je verrassend vlot in respectloze en chaotische situaties, die soms ook op misbruik duiden.

Ik wil je nog iets heel ongemakkelijks vertellen. In een bepaalde voorstelling moest ik een liedje zingen met enkel een slipje aan. Vóór elke voorstelling was er een soundcheck. Het zieke was dat de choreograaf mij die soundcheck telkens wilde zien doen zonder kleren aan. Dan sta je daar, in dat werklicht, terwijl de technici van de zaal van alles aan het opzetten zijn. Zo ongemakkelijk. Er was ook geen echte reden waarom het zo moest gebeuren. Steeds probeerde ik die soundcheck met kleren aan te doen, maar keer op keer zei hij: “Nee, doe je kleren uit.” Het voelde als... hoe zal ik het zeggen… misbruik.’

De ervaring die bij performers het vaakst terugkeert, is het onprettige gevoel te moeten dienen als een seksueel object op scène. Voor een jonge vrouw betekent dat meestal dat je de naakte of halfnaakte rol van het ‘naïeve’ of ‘sexy’ meisje moet spelen – of misschien de hysterische jonge vrouw, of een ander stereotype.

Een rode draad door al deze ervaringen is dat de betrokken vrouwen er nooit toe kwamen om hun ongemak te uiten – bang om bestempeld te worden als onprofessioneel, ‘preuts’ of ongeschikt voor dit werk. Ik was verrast te horen dat ik lang niet de enige danser ben die te maken krijgt met oudere mannen die jou komen vertellen – mansplaining – hoe je ‘de kracht van je vrouwelijke seksualiteit moet omarmen’, en dat het goed is om je te bevrijden van ‘seksuele angsten’.

Word je als ‘preuts’ afgeschilderd, dan klinkt dat in de oren van een jonge performer soms als een extra uitdaging om je te bewijzen. Voor buitenstaanders mogen zulke machtsdynamieken misschien flagrant lijken, maar jonge en onervaren dansers kunnen juist snel verblind raken door de wilskracht, de ambitie of het charisma van mannen die boven hen staan in de artistieke hiërarchie – en vaak deinzen die er ook niet voor terug om je dat te laten voelen.

Visuele fantasma’s van geseksualiseerde jonge vrouwen worden in ons veld nog steeds zelden bevraagd. Integendeel, dat stereotype beeld kleurt zowat de hele dansgeschiedenis en blijft ook vandaag een geliefd thema in de Belgische hedendaagse dans. Ondanks alle aandacht die deze weken uitgaat naar seksuele exploitatie, vind je op de websites van Needcompany, Troubleyn en Ultima Vez makkelijk beelden van jonge vrouwen in diverse stadia van uitkleding. Deze lolita-traditie bevragen als danser betekent dat je je kansen op de dansmarkt bewust verkleint.

Nog een vaak aangehaald onderwerp is naakt. Het is algemeen geweten dat als je bij bepaalde choreografen auditie doet, je uiteindelijk uit de kleren zal moeten of iets anders 'seksueel provocatiefs' moet doen. Sommige dansers beschrijven het als een ‘vleesmarkt’, anderen benadrukken dat die zogenaamde ‘transgressie’ een vast ingrediënt geworden blijkt van de jobomschrijving van dansers.
Niemand van de dansers die ik sprak, verzetten zich tegen naakt op scène. Maar wanneer het gebruik ervan tijdens de repetitie of op scène gratuit lijkt, vragen al deze dansers zich wel af of hun naakte lichamen niet vooral moeten dienen om de ticketverkoop aan te zwengelen, of om de seksuele fantasieën van hun choreograaf te bevredigen.

Eén danser vertelde over een naakte bondage scène. Mensen van het theater, inclusief de regisseur zelf, kwamen dan elke avond inspecteren hoe de dansers zich klaarmaakten met de touwen. Het deed me denken aan de dikke heren in de schilderijen van Edgar Degas: die samengedrongen menigte van obscure figuren die steeds de jonge meisjes (vaak ook prostituees) kwamen bespieden tijdens hun danslessen, in de kleedkamers, in de coulissen, vanuit de zaal. Eén danser beschreef het als een vorm van voyeurisme dat haar deed sympathiseren met sekswerkers: ‘Meermaals lijkt het enige verschil tussen mij en hen dat ik mij kan verstoppen achter het aura van kunst.’

Tegelijk gaat seksisme op en rond het podium veel verder dan louter objectivering. Seksisme gaat ook om moeten dealen met ongewilde seksuele toenaderingen en/of liefdesverklaringen van mannen in machtsposities. Er zijn tal van verhalen over choreografen die zich aangetrokken voelen tot dansers, zonder dat het wederzijds is. Sommige vrouwelijke dansers vertelden me hoe ze gestraft leken te worden omdat ze geen wederzijdse interesse hadden getoond. Van de ene dag op de andere worden ze genegeerd of geconfronteerd met manipulatief en respectloos gedrag. Soms worden ze zelfs uit het gezelschap gezet.
Deze sfeer van flirten en jagen kleurt ook het verhaal dat ik van een mannelijke kunstenaar hoorde, over een curator waarmee hij gewerkt had. Hij had de curator verteld dat hij zou werken met een bepaalde vrouwelijke danser. Waarop de curator repliceerde: ‘er valt wel mee te werken, maar alleen als je haar neukt.’

De meest verontrustende verhalen zijn die waarin de danser zich – zelfs jaren later – op één of andere manier beschaamd of verantwoordelijk acht voor wat haar is overkomen. Eén danser vertelde me dat ze kort na haar afstuderen door een succesvolle kunstenaar geïnviteerd werd voor zijn tentoonstelling in Parijs. Het voorstel klonk professioneel, alle kosten werden vergoed. Maar in het hotel aangekomen, bleek er slechts één bed te zijn. Terwijl ze me vertelt hoe verwarrend en ontgoochelend dat was, durf ik de vraag niet te stellen. Ze gooit het zelf op tafel: 'Nee, ik had geen seks met hem, maar hij raakte 's nachts wel mijn haar aan. Terwijl hij zichzelf bevredigde, deed ik alsof ik sliep. Bewegingsloos blijven liggen leek me de beste optie. Na die ervaring heb ik mij lang stom en waardeloos gevoeld.’

Andere dansers vertellen hoe ze na hun opleiding soms ongewoon artistiek werk aangeboden kregen door oudere mannelijke kunstenaars, vaak slecht en in het zwart betaald. Het gaat dan om naakt poseren voor een camera of één of ander artistiek grensoverschrijdend experiment, of een artistiek verzoek met een vaag omschreven pornografische interesse. Vaak gaan dit soort opdrachten gepaard met luxueuze etentjes, cadeautjes, suggestieve sms’en, alcohol en drugs. Zelfs als een bepaald voorstel meteen alarmbellen doet afgaan, redeneert de jonge performer: ‘het is geld, het is werk, misschien is dit de kans waarop ik wacht?’ Op een of andere manier vertrouwen de dansers erop dat ze de situatie onder controle zullen kunnen houden, dat het niet uit de hand zal lopen.

Of dansers achteraf spijt hebben van dit soort ervaringen? Je voelt hun weerstand om te erkennen dat ze iets tegen hun zin gedaan hebben. Logisch, het is nooit fijn om voor slachtoffer door te gaan – maar er valt eerst altijd een korte stilte op, een veelbetekenende twijfel, een soort schaamte. Eén danser zei: ‘Het past niet in mijn kraam om mezelf als slachtoffer te zien, maar achteraf bekeken kan ik niet ontkennen dat ik gebruikt ben geweest.’

Iedereen is er zich van bewust dat het niet tegen de wet is om mensen te verleiden, maar deze verhalen komen wel opvallend vaak terug. Het klassieke beeld van de oudere man die zich bedient van een jongere vrouw, zonder haar ooit als zijn gelijke te behandelen, valt onmogelijk te ontkennen.
Jonge vrouwen belanden in dit soort situaties omdat ze (zelf)vertrouwen missen. Het is hen geleerd om gehoorzaam te zijn, zowel als vrouw als als danser. Zelden heeft hun omgeving hen aangemoedigd om 'nee' te leren zeggen. Het gaat om een ‘mood’, een ‘atmosfeer’, een set van onuitgesproken regels die steeds bewust gepropageerd worden, actief of impliciet. Om deze seksistische structuren te veranderen, is er meer nodig dan alleen een geschreven wet.

Op basis van sommige verhalen vraag ik me af of sommige mensen wel les zouden mogen geven. Kunstscholen zouden 'safe spaces' moeten zijn, waar studenten met vallen en opstaan kunnen uitzoeken wat voor een kunstenaar ze willen worden. Elke klacht over intimidatie, harassment of manipulatie zou ernstig genomen moeten worden, mét repercussies. Scholen zouden niet de regels van het professionele veld mogen spiegelen, maar zouden zichzelf meer moeten zien als cruciale plekken van verandering, die de toekomst van het hele veld kunnen vormgeven. Op alle mogelijke niveaus moet artistiek onderwijs gelijkheid en diversiteit bevorderen. Afgaande op wat ik hoor vertellen, faalt het onderwijs daar nog al te vaak in.

Dit artikel en dit (nog prille) onderzoek stelden me voor een keuze: to name or not to name? Ontmasker je bepaalde choreografen, regisseurs, kunstenaars en instellingen? Eerlijk, ik zou amper weten waar te beginnen. Het gaat hier niet om een paar individuele choreografen met structureel misogyne methodes van misbruik. Het gaat om een hele sector die wakker moet schieten en moet veranderen. Alarmerend aan het geval Harvey Weinstein was niet alleen de man zelf, maar vooral het netwerk en de cultuur van geheimhouding rond hem, die het zo lang lieten gebeuren dat hij wegkwam met zijn gedrag. Heel veel mensen bedekten het, praatten vreselijke daden goed of bleven erin meegaan, zolang Weinstein hen maar geld opbracht. Ik denk dat hetzelfde geldt voor bepaalde goed gesubsidieerde ‘rockstar’-choreografen in België.

Dus, waar te beginnen? Hier vijf voorstellen voor wat we nu al kunnen doen:

1. Met de befaamde woorden van burgerrechtenactiviste en feministe Flo Kennedy: ‘Don't agonize, organize.’ Natuurlijk moeten we allemaal actief meehelpen om ongelijkheid zichtbaar te maken door quota te respecteren, maar we moeten ook leren hoe je waarde toekent aan kwesties die minder makkelijk in cijfers te vatten zijn. Om ongelijkheid te begrijpen moeten we meer aandacht geven aan persoonlijke ervaringen van discriminatie. Of zoals Sara Ahmed schrijft: ‘The personal is structural. We need structure to give evidence of (sexist/racist) structure.’ Dat kan door statistieken te koppelen aan persoonlijke indrukken en door individuele verhalen te structureren. We moeten zoveel mogelijk verhalen 'catalogiseren'. Aan al wie aan dit onderzoek wenst bij te dragen: ik ben te contacteren op whentheytalkaboutsexism@gmail.com

2. We moeten onze vakbonden beter gebruiken, onze rechten kennen. Te vaak vergeten we dat vakbonden meer doen dan steun verlenen bij werkloosheid. Als instelling kunnen vakbonden argumenten versterken die anders niet gehoord worden. Niet dat vakbonden zich per definitie nooit schuldig maken aan discriminatie, maar ze vormen een goed startpunt. Door aan hen onze gedeelde individuele noden kenbaar te maken, kunnen we hen sectorspecifieke tools helpen ontwikkelen, zoals richtlijnen en gender checklists. Vakbonden kunnen belangrijke bemiddelaars worden tussen werknemers en instellingen. Samen investeren in onze vakbonden, zodat zij op hun best functioneren voor ons als lid, zal mee de weg banen voor een succesvolle gelijkheid op de lange termijn.

3. Informeer je en maak je evaluatie. Ik raad iedereen aan zich te informeren en om bij te lezen over thema’s als gender, macht en consent (wederzijdse toestemming bij seks). Om een open deur in te trappen: begin bij jezelf. Ben je betrokken bij een culturele instelling, gebruik het huidige momentum van verhoogde aandacht voor een structurele her-evaluatie. Zorg ervoor dat mensen die in en voor je instelling werken, weten waar ze kunnen aankloppen bij discriminatie, en dat ze gehoord worden als ze ervoor kiezen om hun stem te laten horen.

4. Nultolerantie. Seksisme en alle andere vormen van geweld en discriminatie zouden onder geen beding toegelaten mogen worden. Discriminatie moet meteen gemeld en benoemd worden. Zo zouden we als dansers kunnen beslissen om geen auditie meer te doen of werk aan te nemen bij kunstenaars met een neiging tot misbruik. Zo zouden artistiek leiders kunnen stoppen met het programmeren van seksistisch werk. Als publiek zouden we niet langer kunnen applaudisseren voor seksisme. Tegelijk zou gender- en diversiteitsbewustzijn een subsidiecriterium moeten worden. Regeringen die het aandurven om seksistisch werk niet langer te ondersteunen: het zou niet alleen een noodzakelijk maatschappelijk engagement uitstralen, maar ook de geldstromen van koers doen veranderen.

5. Steun de jongere generatie, door de eeuwige cirkel van geweld te doorbreken. Als één community zouden we moeten opkomen tegen elke ‘pestcultuur’ die zich specifiek tegen jongeren richt. Bescherm en ondersteun jonge vrouwen aan het begin van hun carrière: een boodschap die ik vooral wil richten tot de oudere generatie van vrouwelijke performers, om ons eraan te herinneren dat seksisme of misbruik niemand sterker maakt als kunstenaar. Zeker die mythe moeten we voor eens en altijd collectief de wereld uit helpen.

Tot slot, aan alle daders en misogyne subjecten in onze danssector: schaam jullie. Het is hoog tijd om deze situatie recht te trekken en ruimte te geven aan een nieuwe generatie van kunstenaars die misbruik niet zien als een motor voor creatie. En o ja, zoek professionele hulp. Jullie mannelijkheidsmerk is toxisch en niet langer aanvaardbaar in een kunstdiscipline waar wij om geven en van houden.