Wat rammelt er aan het kunstenaarsstatuut?

Twitter icon
Facebook icon
e-mail icon
12 januari 2018 - 11:39am -- Ine Hermans

Straks begin ik aan een nota over het kunstenaarsstatuut, een statuut dat geen echt statuut is, maar eerder een verzamelterm voor de sociale en fiscale spelregels die gelden voor kunstenaars. Een statuut waarin iemand wel kunstenaar is voor de ene instantie, maar daarom nog geen kunstenaar is in de ogen van weer een andere instantie. Ik zal onder meer pleiten voor meer uniformiteit, voor vereenvoudiging als dit ook verbetering betekent en voor regels die gestoeld zijn op de werksituatie van kunstenaars en niet andersom.

Op dinsdag 30 januari organiseert de commissie Sociale Zaken een tweede hoorzitting over het statuut. Ik mag samen met zes andere sprekers mijn licht laten schijnen op dit onderwerp. Een aanbod waar ik graag op inga, omdat ook ik hoop dat deze hoorzittingen iets in gang zullen zetten en voor een politiek draagvlak zullen zorgen om de situatie van kunstenaars te verbeteren.

Deze nota schrijf ik met in mijn achterhoofd alle getuigenissen, vragen en interessante gesprekken die mijn collega’s en ik hadden met kunstenaars. Er is jammer genoeg één constante in al deze gesprekken. Een voldoende hoog en stabiel inkomen opbouwen is geen uitdaging in positieve zin maar vaak een strijd die veel verliezers kent. Creativiteit en kunst worden in onze maatschappij zwaar ondergewaardeerd. Er wordt misbruik gemaakt van de passie die kunstenaars drijft. Het werk achter de schermen, ver weg van het publiek wordt niet gezien, ook door opdrachtgevers vaak niet. Ook in de werkloosheidsregels wordt het creatieproces niet naar waarde geschat.

Het woord werkloosheid is eruit, ik vrees dat een groot deel van mijn nota ook daarover zal gaan. Ik moet dan altijd terugdenken aan een kunstenaar die zei ‘ik zoek geen werk, ik zoek een inkomen’. Kunstenaars werken vaak hard, het vertaalt zich alleen niet altijd in betaalde werkdagen. En dan komt de discussie omtrent taakloon er nog eens bovenop. Als een instantie dan telt en enkel de dagen van tewerkstelling ziet waarvoor een C4 bestaat dan kan men met verontwaardiging concluderen dat een kunstenaar te weinig dagen werkt.

Ik weet wel beter.
Ik begin te schrijven, als jij mee wil schrijven, laat je reactie achter.