the State of the Union - de start van het theaterseizoen

Twitter icon
Facebook icon
e-mail icon
5 september 2018 - 8:39am -- Ine Hermans

Donderdag 30 augustus werd het Theaterfestival en daarmee ook het weer veelbelovende theaterseizoen 2018-2019 geopend. Traditiegetrouw gebeurde dit met de ‘State of the Union’ en de ‘State of the Youth’.

Theatermakers Aïcha Cissé en Aminata Demba verzorgden de ‘State of the Youth’. Twee vriendinnen die zonder klassieke theateropleiding nu zes jaar succesvol bezig zijn. Ze hielden de theaterwereld gisteren een spiegel voor en vertelden openhartig over hun ervaringen in wat vroeger voor hen een gesloten wereld was. Een wereld die voor hen openging doordat diversiteit een thema werd. Zij noemen dit beginnersgeluk en het was de kans die ze nodig hadden om het vak te leren.

In deze wereld worden ze nog steeds aangesproken op hun kleur. Alsof de diversiteit van onze samenleving stopt aan de Schouwburgdeur en er moeilijk door geraakt. Een diverser publiek zal enkel willen binnenkomen als ook de programmatoren meer diversifiëren en er op het podium de verhalen worden gebracht waarin het publiek zich herkent.

De ‘State of the Union’ werd gebracht door Sara De Roo, 25 jaar vast toneelspeler geweest bij STAN en nu freelancer en mede-artistiek coördinator van de afstudeerrichting acteren aan de Drama-opleiding van het Koninklijk Conservatorium Antwerpen. Zij maakte de staat op van het theater. Deze ziet er goed uit volgens haar, veel knappe producties, een geïnteresseerd publiek en aandacht vanuit het buitenland. Met de toneelspeler gaat het echter minder goed, de voorwaarden waaronder zij spelen, zijn enorm hard veranderd. Dit heeft gevolgen voor de toneelspeler, maar ook voor het theater.

Sara komt uit een generatie waarin zij met weinig andere toneelspelers afstudeerde. Zij konden na het behalen van hun diploma bij een ensemble aan de slag en leerde daar in groep pas echt toneelspelen. Het duurzame contract dat iedereen met elkaar en met het ensemble verbond, zorgde ervoor dat de spelers zich konden focussen op het spelen en de tijd kregen om hun ambacht onder de knie te krijgen en hun talenten te laten rijpen. Er was tijd voor experiment, kans om te falen en de dag nadien terug recht te krabbelen en het anders aan te pakken. De voorstelling groeide ervan en de toneelspeler ook.

Die tijd hebben de toneelspelers nu niet meer, iedereen is noodgedwongen freelancer geworden. De toneelspeler is meer bezig met het zoeken naar opdrachten dan dat er gespeeld kan worden. Repetitieperiodes en tournées worden opgeknipt. Niemand kan zich nog vrij maken om een langere periode samen te spelen, want is noodgedwongen ook bezig met andere projecten. En dit allemaal onder niet al te beste financiële voorwaarden en in grote onzekerheid.

Ze verbaast zich er dan enigszins over dat er nu meer toneelspelers afstuderen dan in haar afstudeerjaar, want voor al deze spelers is er te weinig ‘speel-tijd’. De studenten kiezen echter voor hun passie en voor een school waar je leert kritisch denken en waar je leert wat het is om mens te zijn. Om te leren toneelspelen, heeft de kunstenaar echter veel meer tijd nodig en de opleiding gaat verder na het afstuderen.

Omdat er geen vaste huisensembles meer zijn Sara roept toneelspelers dan ook op om een collectief te vormen, om zich te engageren voor elkaar en om in groep te spelen. Want toneelspelen is de kunstvorm waarin dit mogelijk is en je er niet alleen voor hoeft te staan. Naar de buitenwereld verdedigt ze met vuur waarom de kunstenaar tijd moet krijgen. Politici en officiële instanties die vooral waarde hechten aan prestaties die economisch gevalideerd worden zouden haar ‘State of the Union’ moeten lezen.