SMart: Coop is cool? (2)

Twitter icon
Facebook icon
e-mail icon
2 maart 2017 - 1:44pm -- Redactie

In naam van de deeleconomie onze sociale bescherming uithollen? Het is een lucratieve specialiteit van schijnwerkgever SMart. ‘De foute flex van SMart (1)’, bracht een probleemanalyse. Deel 2 focust op het ideologische springkasteel: progressief woordgebruik lukraak combineren en springen maar. Als het botst, proberen we iets anders. Ook het idee van een coöperatieve doet dienst als imagoversterker. Alle middelen zijn goed om te misleiden, want SMart is gewoon een makelaar in precair flexwerk. Wie het niet redt, belandt plat op de straatstenen.

Ondanks de creatieve fraude (zie deel1), zet SMart zwaar in op een nieuwerwets hoera-verhaal. Je zal het niet lezen in hun promomateriaal maar ze krijgen ook heel wat tegenwind: interimkantoren spanden processen aan met als doel dat SMart haar licentie voor haar bedrijf het Interimpaleis zou verliezen omdat ze het wettelijke kader ondergraaft en zo aan concurrentievervalsing doet.

De sociale inspectie volgt de vzw op de voet na eerdere aanvaringen die SMart liever verzwijgt. Individuele conflicten vanwege achterstallige betalingen lopen en kunstenaars betwisten de administratieve boetes die SMart ten onrechte aan hen heeft uitgeschreven.

Om al deze kritiek te snel af te zijn, nam SMart een vlucht vooruit: ze bouwden hun vzw in België om tot een coöperatieve. Dubbele winst: inzake progressieve propaganda kan je heel wat zieltjes winnen en het zakendoen dat te moeilijk werd via de bestaande werking kan je zo verder zetten in een complexe structuur.

Die is moeilijker te controleren en laat toe om van werknemers (en ook zelfstandigen) coöperanten te maken en hen daarvoor wat meer te laten betalen. De juridische aansprakelijkheid is voor een coop gunstiger en komt op conto van de coöperanten. Handig voor de bestuurders.

Je kan eventueel winstbijdragen uitkeren die vrijgesteld zijn van vennootschapsbelasting. Naar het voorbeeld van BTW-carrousels kan je vervolgens experimenteren met coöperanten-carrousels via uitbestedingen over de landsgrenzen heen binnen een internationale coopketen.

Kortom, het is een beetje zoals Coca-Cola en Pepsi die sport- en gezondheidsprojecten, of congressen over gezonde voedingsgewoonten en de aanpak van zwaarlijvigheid steunen, want dat is goed voor het imago.
SMart als alternatief, maar voor wat?

In de brochure Het werk van de toekomst die SMart opstelde[1] om de omslag te begeleiden, bespaart zaakvoerder Sandrino Graceffa zich geen moeite om de lezer het idee aan te praten dat SMart een onderdeel is van die sympathieke deeleconomie, en dus een alternatief voor het platformkapitalisme. Niet het lucratieve SMart maar Uber, dat zouden de graaiers zijn!

Qua branding kan dat tellen: ze zijn niet het probleem, maar de oplossing. SMart zet zich in de markt als een voorbeeld van het zogeheten Platform Cooperatism, op maat van de homo cooperans 2.0.

Michael Bauwens, p2p-goeroe van dienst, leende zijn naam dit jaar op het nieuwjaarskaartje van SMart en verzorgde de inhuldiging van de coöperatieve van de nodige lippendienst, met teksten en voordrachten. SMart heeft zich vastgebeten in het exploiteren van het sociaal statuut van de kunstenaar maar stelt het graag voor alsof zij eigenlijk zelf de roergangers zijn in de sociale zekerheid, zeker niet de overheid.

Ondanks alle mooie odes aan een duurzame en solidaire economie in de brochure, staat er ook duidelijk waar het op aankomt. SMart beschouwt haar model van precaire freelancers als een avant-garde om de bestaande arbeidsorganisatie van onze economie open te breken in naam van de ‘flexibiliteit’ en ‘jobs’.

Ze ijveren ervoor de sociale zekerheid voor alle Europese burgers te harmoniseren, wat goed klinkt maar neerkomt op een actieve afbouw van de standaard in die landen waarin SMart actief is. ‘Met de wind mee als het moet, of tegen de wind in‘, klinkt het. Lees: met de neoliberale wind mee, tegen de wind van het sociale verzet in.

Als het over de sterke en regulerende staat gaat, en werkende mensen die van sociale zekerheid genieten, dan spreekt SMart al meteen alsof dit iets uit het verleden is. Arbeidscontracten zouden de vrijheid belemmeren want dat staat voor een relatie van ondergeschiktheid en tal van bijbehorende bureaucratische verplichtingen. Dat daar ook rechten en bescherming mee gepaard gaan, blijft buiten beeld. Sociale bescherming? It’s so last century!

SMart wil de werkende mens daarentegen bevrijden van ‘de relatie meester-dienaar’: sta op gij autonome werker! De misleidende oproepen volgen elkaar op: laten we geen concurrenten zijn maar ons ‘beroepsgevoel’ aanspreken er samenwerken als collega’s binnen de vrije markt. Laten we ons verenigen in ondernemerscollectieven zodat we alvast als coöperanten onderling gelijk zijn (versus de rest).

Deze retoriek valt weliswaar naadloos samen met de liberale rookgordijnen van Gwendolyn Rutten (Open Vld) die stelt dat werkgevers en werknemers elkaar tegenwoordig ‘als partners’ moeten behandelen. Het is natuurlijk een doorzichtige poging om het bestaan van de reële machtsverhoudingen onder de mat te vegen, werknemers met de nodige semantische mist mak en meegaand te maken, alsof de klassenstrijd simpelweg niet meer zou bestaan.

Afbraak van het publieke in naam van de commons?

Uiteraard zijn de schijnwerknemers van SMart onderling binnen deze coop gelijk. Ze hebben dan ook vrijwel niets met elkaar te maken. Opdrachtgevers moeten ze zelf elders zoeken. Een collectieve onderhandelingspositie als ‘werknemers’, zoals de vakbonden die kunnen voorzien, hebben ze niet. De tussenpersoon SMart, die zo graag foetert op de financiële speculatie van Uber, neemt steevast zijn commissie. Maar het is de overheid die veel beslag op inkomsten zou leggen?

Als blijkt dat betalingen met vertraging verlopen, heb je weinig verhaal. De last gaat naar het collectieve, de lust naar het private, dat vat zowat de collaboratieve gedachte van deze nieuwe coop samen. En zo zouden we aldus SMart evolueren naar een postkapitalistische maatschappij? Je kan vinden dat deze misleiding slim klinkt, schaamteloos is het des te meer.

SMart neemt het populaire idee van de commons natuurlijk ook nog snel even op in de ideologische framing. Eigendom zou plaats moeten maken voor uitwisseling van goederen, diensten en informatie. Onder elkaar los van ‘de staat’, dat spreekt. Zij willen dat innovatief mee faciliteren.

Maar in de praktijk bedrijven ze een vorm van sociale engineering die de belangrijkste commons die we hebben – de publieke commons: onze publieke diensten van openbaar nut en algemeen belang – langs alle kanten ondergraaft.

Want SMart zet met haar diensten die ze levert aan gesubsidieerde instellingen de tewerkstelling op de helling waardoor degelijke werkzekerheid iets wordt waar men zich na jaren dienst bijna voor zou moeten schamen. Verder organiseert SMart een kampioenschap in lastenontduiking waardoor de financiering van onze publieke commons onder druk komt te staan.

Er is vandaag een strijd bezig tussen rechts en links om wat de ‘commons’ heet. Het mag duidelijk zijn aan welke kant SMart te situeren is: aan de kant van de neoliberale ontmanteling van de welvaartsstaat.

De toekomst? Deel de armoede

SMart pleit ook openlijk voor een strijd tussen de werkende mensen onderling, eerder dan tussen zij die moeten werken om te leven en diegene die leven van het werk van anderen via hun vermogens:

“In verhouding zijn er steeds meer werkkrachten die amper beschermd zijn, wat de vraag doet rijzen of het wel legitiem is om bepaalde (bevoorrechte) niveaus van bescherming te behouden. Als we niet volop zouden pleiten voor de noodzakelijke hervorming van onze sociale zekerheid, zou dat niet enkel unfair zijn tegenover het geheel aan werkkrachten, maar ook gevaarlijk: in de actuele context houdt dat namelijk het risico in van een neerwaartse nivellering.”

Het staat er zo, in die promotiebrochure. Het achterliggende idee: dat er precairen zijn, komt eigenlijk door de goeie jobs. Dat werkgevers hier een verantwoordelijkheid hebben, bijvoorbeeld omdat ze liever de eigen privileges en die van hun raden van bestuur en aandeelhouders behartigen? Het komt niet eens ter sprake. SMart treft naar eigen zeggen zeker geen schuld in sociale dumping. Nee, zij zijn de heiland: ze willen de armoede herverdelen door de gaten in de sociale wetgeving te zoeken en open te slaan.

De brochure houdt het verder bij een simplistische opdeling tussen ‘roofeconomie’ versus ‘deeleconomie’. Alsof het allemaal slechts een kwestie van wat ethiek is. Elk economisch basisinzicht over de strijd om de eigendomsverhoudingen binnen een kapitalistisch systeem, en waarom een sterke staat en sterke vakbewegingen bijgevolg noodzakelijk zijn, ontbreekt.

SMart komt op voor haar freelancemodel, naar eigen zeggen tegen de bureaucratie van die inerte overheid in. Ze eisen het recht op sociaal experiment op, heet het. Want het leven is aan de ondernemende durvers. Werknemers in loondienst? Dat moeten micro-ondernemers worden die zelf voor hun werkinstrumenten zorgen (telefoon, fiets, auto…).

Vaste arbeidstijd wordt omgezet in permanente beschikbaarheid, salarissen worden vervangen door stukloon. Het is de wondere wereld van flexwerkers die volcontinu moeten draaien om rond te komen, zonder volwaardige jobs, zonder vakbonden, zonder sociale bescherming, en liefst ook zonder cao’s.

Kortom, al de newspeak over commons en deeleconomie is een belangrijke marketingscampagne met als doel om, zoals ze zelf in hun brochure aangeven, ‘de argwaan voor hun organisatie’ weg te nemen na al de juridische vervolgingen en negatieve berichtgeving die ze doorheen de jaren hebben opgelopen.

Je moet het toch maar durven: overal om je heen een frauduleuze stofwolk van sociale afbraak opstampen en dat willen verkopen alsof je een pionier van de duurzame toekomst bent.

Ideologische spreidstand

Het is SMart haar goed recht om wervende brochures samen te stellen waarin de CEO openlijk nadenkt over de positie die zijn bedrijf zou kunnen innemen. De discrepantie tussen woord en daad kwam in een vorig deel al aan bod.

In filosofisch opzicht is het wel verbazend hoe eclectisch de recente verdedigingsrede is opgevat. Als je zowel het liberale idee van de ik-ondernemer wil combineren met het hedendaagse enthousiasme voor coöperatieven en deeleconomie, zit je toch met een fameuze tegenspraak.

Immers, dan kies je in de voetsporen van de Amerikaanse socioloog Richard Florida voor een maatschappelijke organisatie volgens de ideologie van de ‘creatieve klasse’, als motor voor een doorstart van het sputterende kapitalisme.

Met de ‘nieuwe creatieven’ ontplooit zich een generatie die eerder schulden dan een pensioen opbouwt en bijgevolg wel in het nu moet leven. Schuldslaven die spurten en springen als superhero’s uit een infantiele fictie-film of uit de gamescultuur. Het leven als lotto: gokjes wagen, hopend op (financieel) succes. Wie slaagt, mag langs de mediagenieke erehaag. Wie faalt, moet aanschuiven in de lange rij van het precariaat.

De voorspelbare miserie die dit wereldbeeld van ongelijkheid en individualisme in het leven roept, wil je vervolgens te lijf gaan door een nieuwlinks discours te recycleren in termen van delen, samenwerken en peer-2-peer zonder dat je aan een analyse van de eigendomsverhoudingen van onze economie toekomt. Wat je aan de ene kant aan sociale afbraak in de hand werkt, wil je dan aan de andere kant opvangen door solidair verhaal[2]?

Deze contradictie typeert het verkoopspraatje van SMart: ze willen de autonomie van de werkende mens verbeteren door in te zetten op een asociaal statuut van de autonome werknemer waardoor je een situatie op de werkvloer creëert waarin je als werkende mens op den duur op je eentje komt te staan. Met minder rechten, minder bescherming, minder inspraak en dus minder autonomie als resultaat.

SMart: niet zo slim

SMart heeft sympathie voor de deeleconomie maar faciliteert de sociale afbraak waardoor de markt alleen maar meer armslag krijgt. Resultaat: minder ruimte en overlevingskansen voor de non-profit deeleconomie. Want het is simpelweg een illusie te denken dat je zonder een sterke sociale overheid tot een sterke civiele samenleving kan komen. De overheid is nodig als garantie voor een collectieve en democratische planning en voor een bescherming tegen het winstbejag van de markt.

Nog eentje: woorden als solidariteit en wederkerigheid draag je hoog in het vaandel. Maar als het op de commons aankomt, lijkt het over iets te gaan dat we vandaag nog moeten (her)uitvinden, alsof de openbare dienstverlening die we samen sinds de vorige wereldoorlog hebben opgebouwd niet zou bestaan.

Natuurlijk is er ook nood aan een hernieuwing van de openbare diensten zodat het transparante, efficiënte en democratische burgerbedrijven van de 21ste eeuw kunnen worden. Maar die denkoefening blijft hier afwezig. Samenwerken betekent voor SMart: onderling samenwerken in de marges van de markt, los van de staat. Of erger: tegen de overheidsdiensten in.

Kortom, SMart gooit in ideologisch opzicht meerdere balletjes op in de hoop dat er wel eentje in de lucht blijft. Als het ene verhaal niet pakt, probeer je toch gewoon een ander? Dit heeft allemaal weinig met visie en veel met reclamestrategie te maken. Het komt neer op consumentenmisleiding met nefaste gevolgen. Want als we de sprong maken waar SMart ons toe aanzet, komen we vroeg of laat na wat botsen op de straatstenen terecht.

Dit artikel werd geschreven door Ine Hermans en Robrecht Vanderbeeken en verscheen eerder op dewereldmorgen.be.

[1] Dit is een fragment uit het boek Refaire le monde du travial. Une alternative à l’Ubérisation de l’économie. Sandrino Graceffa, Editions Repas, 2016.

[2] SMart blijft volhouden dat het een non-profit organisatie is waar ieder lid inspraak heeft. Het bovenvermeld boek (zie [1]) besluit met de zinnen: "C'est aussi la voie qui garantit sa vocation 'non-profit' (pas de rémunération du capital) et donne un socle démocratique à sa gouvernance, 'une personne, une voix'."