Werkloosheidsuitkeringen: hoe worden ze berekend?

Twitter icon
Facebook icon
e-mail icon
15 juni 2017 - 1:12pm -- Ine Hermans

Het bedrag van je werkloosheidsuitkering hangt af van de verdiende lonen die in aanmerking worden genomen, van je gezinssituatie en van je tewerkstellingen.

Het bedrag van je uitkering wordt in principe berekend op basis van de bezoldiging die je hebt ontvangen tijdens je laatste tewerkstelling van minstens 4 opeenvolgende weken bij dezelfde werkgever. Die bezoldiging is echter begrensd.

Als werknemer die artistieke activiteiten uitoefent die worden bezoldigd per prestatie (per stuk of per taak), geniet je van een specifieke regeling voor het bepalen van de in aanmerking genomen bezoldiging.

De bezoldiging die in aanmerking wordt genomen om het bedrag van je werkloosheidsuitkeringen te berekenen, wordt bepaald door de optelling van de brutobedragen van alle bezoldigingen via taakloon per prestatie die je als loontrekkende hebt ontvangen tijdens het kalenderkwartaal dat voorafgaat aan het kwartaal waarin je uitkeringen aanvraagt. Het totaal van de som wordt gedeeld door 78 om aan de loonschijf te komen waarop het dagbedrag bepaald gaat worden.
 

Hoe zal je werkloosheidsuitkering evolueren?

Het bedrag van je uitkeringen vermindert geleidelijk in functie van de duur van je werkloosheidsperiode en van je beroepsverleden als loontrekkende.

De duur van de werkloosheid wordt verdeeld in verschillende periodes, die elk worden opgedeeld in fases. Met elke fase komen in principe een vergoedbaarheidspercentage en een loonplafond overeen, die elk geleidelijk verminderen tot aan de derde vergoedingsperiode (forfaitair bedrag).

Als werknemer die artistieke prestaties uitvoert en als technicus in de artistieke sector, geniet je van een gunstigere regeling voor de bepaling van het bedrag van uw uitkering. Deze regeling houdt in dat een werkzoekende met uitkering, die artistieke prestaties heeft verricht of als technieker in de sector, toekenning van de voordeelregel = artiestenstatuut voor artiesten of technici kan verkrijgen en dit steeds op het einde van 1ste vergoedbaarheidsfase = 12 maanden na de eerste toekenning van de rechten).

Dat kan worden bekomen na 156 dagen tewerkstelling in een periode van 18 maanden. Hiervan mogen tot 52 dagen tewerkstelling met niet-artistieke prestaties worden meegeteld. (dagen die reeds in aanmerking kwamen om de eerste toekenning te bewijzen mogen nogmaals meegeteld worden, d.w.z. de dagen die gelegen zijn in de 6 maanden voorafgaand aan de eerste toekenning van het recht op uitkeringen).

De cachetregeling mag hier toegepast worden. Het aantal arbeidsdagen op basis van taakloon (is enkel bij artistieke prestaties) wordt berekend zoals bij de toelaatbaarheid.

De voordeelregel moet om de 12 maanden opnieuw verlengd worden. Hiervoor moet je als artiest of technicus bewijs kunnen leveren van 3 prestaties in de afgelopen 12 maanden. Voor de technici moeten die prestaties van zeer korte duur zijn (=korter dan 3 maanden).

Deze voordeelregel voor artiesten en technici is in feite een voordelig, gefixeerd dagbedrag in het werkloosheidsbarema. De degressiviteit van de uitkering kan zo geblokkeerd worden. Je moet hiervoor wel een aanvraag doen via je ACV-dienstencentrum.

 

Terugkeer naar het hoogste vergoedingspercentage

 
De volledig werkloze die het werk hervat gedurende een voldoende aantal dagen en die opnieuw werkloos wordt, kan opnieuw hogere uitkeringen ontvangen. Dat noemt men een terugkeer naar de eerste vergoedingsperiode.

Als werknemer die artistieke activiteiten uitoefent, is er een méér voordelige mogelijkheid voor de terugkeer naar de eerste vergoedingsperiode (nieuwe start van het vergoedingstraject).

Om die specifieke terugkeer naar de eerste periode te krijgen, moet je minstens 156 nieuwe dagen arbeid in loondienst (berekend in een 6-dagenstelsel) bewijzen binnen de 18 maanden. De dagen die al werden meegeteld om u toe te laten tot het recht op uitkeringen, kunnen geen tweede keer worden meegeteld. Van die 156 dagen moeten er minstens 104 (berekend in een 6-dagenstelsel) bestaan uit artistieke prestaties. Dat betekent dat hoogstens 52 niet-artistieke activiteitsdagen (berekend in een 6-dagenstelsel) in aanmerking kunnen worden genomen.

De berekening van het aantal dagen waarop je artistieke activiteiten hebt uitgeoefend, zal kunnen gebeuren op basis van de bijzondere regel voor de opening van het recht op werkloosheidsuitkeringen.

Om in staat te zijn die voordelige regel op je te kunnen toepassen, vraagt de RVA je om het bewijs in te dienen van je artistieke prestaties. Anders zal de gewone regel worden toegepast.

De referteperiode van 18 maanden kan verlengd worden met de dagen van vergoede arbeidsongeschiktheid, arbeidsongeval of beroepsziekte indien de ononderbroken duur ervan minstens 3 maanden bedraagt.

Dagen die reeds werden gebruikt voor een terugkeer of de eerste toekenning van de rechten mogen niet opnieuw meegeteld worden, het gaat over nieuwe arbeidsdagen.

De referteperiode van 12 maanden kan verlengd worden met de dagen van vergoede arbeidsongeschiktheid, arbeidsongeval of beroepsziekte indien de ononderbroken duur ervan minstens 3 maanden bedraagt.