Controlekaart: welke artistieke activiteiten moet je er op aanduiden?

Twitter icon
Facebook icon
e-mail icon
15 juni 2017 - 3:17pm -- Ine Hermans
  • De dagen van arbeid gedekt door een arbeidsovereenkomst of deze die aanleiding geven tot onderwerping aan de sociale zekerheid der loontrekkenden (art. 1bis§1);
  • De publieke vertolkingen en opvoeringen;
  • De aanwezigheid op een tentoonstelling van eigen werk indien men zelf instaat voor de verkoop ervan of indien zijn aanwezigheid vereist is op basis van een contract;
  • De aanwezigheid tijdens de opname of op de voorstelling van audiovisuele werken en dagen waarop prestaties worden verricht tegen betaling van een loon;
  • De prestaties verricht in het kader van een statutaire tewerkstelling.

Er is geen recht op werkloosheidsuitkeringen indien het een artistieke activiteit betreft als zelfstandige in hoofdberoep.
 
Artistieke activiteit uitgeoefend als zelfstandige in bijberoep.

  • Activiteit kan gecumuleerd worden met werkloosheid (met eventueel aanpassing dagbedrag);
  • Je moet jaarlijks je inkomsten indienen voortvloeiend uit dit bijberoep aan de hand van aanslagbiljet. Auteursrechten, naburige rechten. (KB art.130);
  • Je dient de dagen waarop je artistieke prestaties levert aan te duiden op je controlekaart.

Artistieke activiteit tegen de betaling van een ‘kleine vergoeding’

  • Je ontvangt slechts een vergoeding van ten hoogste 124,66 euro per dag per opdrachtgever, niet meer dan 7 dagen na elkaar bij dezelfde opdrachtgever en niet meer dan 30 dagen per jaar (maximaal 2.493,27 euro per jaar);
  • Indien uitsluitend tewerkgesteld i.k.v. ‘kleine vergoeding’ dient geen C1-artiest opgemaakt te worden (geen melding op C3-artiest en geen toepassing KB art.130);
  • Dagen die vergoed werden met betaling van de ‘kleine vergoeding’ moet je aanduiden op je controlekaart.

Bestuurder van een commerciële vennootschap of vzw die artistieke activiteiten beheert

  • Indien bestuurder van commercieel bedrijf of vzw die artistieke activiteiten beheert van gering belang en beperkt tot het beheer van de eigen artistieke activiteit kan dit gecumuleerd worden met werkloosheid;
  • Activiteit dient niet vermeld te worden op de controlekaart behalve dagen de artistieke prestaties die dienen aangeduid te worden op de controlekaart” te schrappen op de controlekaart;
  • Jaarlijkse indiening van de inkomsten voortvloeiend uit dit mandaat.

Artistieke prestaties met een bezoldiging die aanleiding geeft tot RSZ-bijdragen

  • De periode die men onder contract staat is niet cumuleerbaar met werkloosheid. Deze dagen moet je schrappen op je controlekaart;
  • Zowel voor tewerkstelling tegen een loon als tegen een taakloon;
  • De artistieke prestatie die wordt vergoed met een taakloon wordt volgens een specifieke omzettingsregel omgezet in niet-vergoedbare dagen.

Voor artiesten die worden betaald met een taakloon (arbeidsovereenkomst of onderwerping via artikel1bis) zal dit invloed hebben op de maandelijkse vergoeding. Dit omdat, indien de artistieke prestatie wordt verricht met een taakloon, er geen rechtstreeks verband is tussen de bezoldiging en de arbeidstijd.

De nieuwe regels maken het mogelijk de arbeidstijd die is gedekt door de bezoldiging per taak te gaan berekenen. De periode zal worden bepaald door de bezoldiging per taak te delen door een referteloon (vastgesteld op 90, 15 euro). De arbeidsdagen die de artiest reeds op zijn controlekaart heeft aangeduid worden afgetrokken van de berekening. Het resultaat is een bezoldigde periode die niet kan gecumuleerd worden met werkloosheid. (afronding steeds naar beneden) Deze in de toekomst liggende niet-vergoedbare periode zal wel beperkt blijven tot max. 156 dagen per kwartaalberekening.
 
Voorbeeld 1: na een arbeidsovereenkomst van 2 dagen heb je een taaklloon gekregen van 400 euro. Op je controlekaart hebt je 2 arbeidsdagen aangeduid:

  • [400-(2 x 90,15)] / 90,15 = 2, 43 dagen, afgerond naar 2 dagen

De niet-vergoedbare periode bedraagt dus 2 dagen.

Voorbeeld 2: je verkoopt een schilderij voor een prijs van 1.500 euro. Je onderwerpt dat inkomen aan de sociale zekerheid (artikel 1bis) en je schrapt één arbeidsdag op je controlekaart. Krachtens de conversieregel, komt dat honorarium overeen met een niet-vergoedbare kalenderperiode die als volgt zal worden bepaald:

  • [1.500-(1 x 90,15)] / 90,15 = 15,63 dagen

De niet-vergoedbare periode bedraagt dus 15 dagen.
 
De artiest moet maandelijks een formulier C3-artiest invullen en indienen bij het ACV.

De artiest kan deze formulieren ook groeperen en deze indienen na het einde van het kwartaal (ten laatste op de laatste dag van de maand die volgt op het einde van het kwartaal).